maandag 23 februari 2009

COTOPAXI !!!


need I say more?


....



nou vooruit dan:


- One Time for all time van 65 days of static is een van de meest geniale albums ooit gemaakt.
- In Ecuador is het verdomde moeilijk een normale kop koffie te krijgen.
- 3 maal per dag rijst met kip is best saai.
- 5897 m is best hoog

Maar ook wel erg mooi. Helaas heeft mijn Iraanse klimpartner het niet gehaald. (De top dan, verder leeft ie gewoon). Alvorens naar cotopaxi te gaan hebben we nog de Illinizas norte geprobeerd. Deze makkelijke top zou sneeuwvrij moeten zijn (yeah right), zodat het mij een mooie opwarmer leek die we zonder uitrusting te huren aankonden. Helaas kwamen we voor de hut al veel sneeuw tegen. De toppoging de volgende dag strandde dan ook een paar honderd meter onder te top.

Desalniettemin konden we de hoogte goed hebben en leek het mij dat we klaar waren voor het echte werk. Zodoende huurden we een gids en uitrusting voor cotopaxi. Er lijkt een vloek op te rusten, maar net als met roraima werd ik vervolgens erg ziek. Ditmaal niet van de malariapillen, maar van (waarschijnlijk) slecht voedsel. Maar aangezien de trip non-refundable was, zat er niks anders op dan het maar te proberen. Na wat oefenen op de gletsjer lag ik dus `s avonds in de hut te broeden op de existentialistische vraag: ¨opstaan en kosten, of liggen blijven en slapen?¨(wie kent `m niet). Uiteindelijk is het de laatste geworden. Toen we om 11 uur ´s avonds gewekt werden voor ontbijt (je moet er wat voor over hebben) vond ik dat ik het er toch maar op moest wagen, en zodoende begonnen we om middernacht onder een prachtige sterrenhemel aan de klim. Aangekomen bij de 2e gletsjer kon ik kwam ik tot de conclusie dat ik me eigenlijk best lekker voelde en het best wel eens kon gaan halen. Kyuss op de ipod en gáán!
Tegen de tijd dat de zon opkwam had Shuku, mijn Iraanse klimpartner, het echter wel gehad. Na kort overleg besloten we dat hij zou wachten op de eerste groep die weer naar beneden kwam om daarmee af te dalen. Gids José en ik zouden doorgaan naar de top. Zo gezegd zo gedaan. Met een prachtig uitzicht over de wolken stegen we de laatste meters naar de top waar we iets na 7 uur aankwamen.

Na wat gegeten en gedronken te hebben, en natuurlijk een paar plaatjes geschoten te hebben, begonnen we aan de afdaling. Zo tof als de klim was, zo saai was de afdaling. Ik kan me toch niet aan de indruk onttrekke dat afdalen op ski´s een betere tijdsbesteding is dan op stijgijzers naar beneden te hobbelen. Na een paar uur door de inmiddels al aardig papperige sneeuw strompelen kwamen we uiteindelijk dan toch moe en voldaan in de hut aan.

Uitrusten was er echter niet bij, want vervolgens moesten we terug naar Quito om onze spullen op te halen, en een nachtbus naar Cuenca te nemen, alwaar ik de volgende ochtend herenigd werd met mijn duitse klimvrienden uit Suesca, Axel en Kirstin. Nu was het plan om helemaal los te gaan in de Carnavalfestiviteiten in Cuenca, maar deze vielen -op z´n zachst gezegd- nogal tegen. Dat wil zeggen, de hele stad was uitgestorven. En de ´boisterous waterfights, in which no-one is spared´ waarover de phoney planet rept, vielen ook nogal tegen. Al hebben wij natuurlijk aardig ons best gedaan :)

Alhoewel uitgestorven, was Cuenca voor mij wel een verademing na het door gringo´s overspoelde Quito. Wat is het toch met het merendeel van de westerse reizigers dat men de neiging heeft met zn allen in een zo westers mogelijke omgeving samen te klonteren? Zo heb je in Quito de wijk mariscal, waar de gemiddelde samestelling van een straat bestaat uit disco, touroperator, diso, internetcafe, touroperator, bar, disco. Afgewisseld met retaurants waar men een overpriced, wanstaltige poging tot westers voedsel seveert. Maar iedereen in het hostel waar ik verbleef vond het geweldig. Ik wist niet hoe snel ik weg moest komen. Cuenca daarentegen, met zn prachtige coloniale architectuur, minus het hectische van Quito, sprak mij een stuk meer aan.

Toch besloten we dat het coloniale Cuenca, hoe mooi ook, beter ingeruild kon worden voor rotsten. Zodoende namen we afscheid van Shuku en vertrokken we naar het nabijgelegen Paute om (je raadt het al) te gaan klimmen. VAnuit Paute kwamen we na een lift in een hobbelige pickup, en een 40 minuten door steile begroeing klauteren aan bij de rotsen, waar we heerlijk geklommen hebben. De 2e dag probeerden we de daarnaastgelegen sector te bereiken. Toen dat, na bijna een uur door het dichte struikgewas te hebben gekropen, dan eindelijk gelukt was ( in europa zijn we zóóó verwend lieve klimvrinden), en ik me inbond voor de eerse route, begon het te druppen. Toch nog snel de route geklommen, waarna we de spullen inpakten en weer vertrokken. In de stromende regen. Aangezien hier verder niet veel te doen was, besloten we om aan de monsterrit naar Peru te beginnen. 24 uur bussen later waren we dan eindelijk in Huancabamba. Dit is een mini stadje in de Andes, alleen bereikbaar via modderige bergweggetjes langs steile afgronden (erg leuk met een rammelende touringcar), waar het constant regent. Maar vanuit hier kunnen we (te voet danwel met ezeltjes) een gebied met mystieke meren bereiken, alwaar een nog een aantal shamans actief is. Deze traditie was voorheen wijdverspreid in het noorden van Peru en zuiden van Ecuador, maar wordt, zoals wel meer tradities, steeds obscuurder.

Morgen vertrekken we richting deze meren, op zoek naar een shaman die ons kan inwijden in de geheimen van de san Pedro cactus. Ben benieuwd.


(edit: ook van het klimmen nog wat plaatjes hier)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten