dinsdag 30 juni 2009

vrijdag 19 juni 2009

Cochabamba, Uyuni en de naderende rampspoed

Hallo kijkbuiskinders, het is alweer even geleden dat ik jullie schreef. Welkom bij een nieuwe aflevering in de wondere wereld van Bert. Wat heb ik zoal gedaan de afgelopen tijd? Na al dat gestuiter op de fiets en het zitten in een bootje was mijn rug wel toe aan wat verticale rehabilitatie op de verder niet al te inspirerende rotsen in La Paz. Maar de tijd begint te dringen met nog ´maar´ twee maanden en een half continent te gaan moet ik een beetje haast gaan maken. Dus liet ik La Paz en zijn witte bergen achter mij en ging ik naar Cochabamba, waar Lewis en Colette, mijn engelse vrienden uit Venezuela al een maand vrijwilligerswerk doen. Zodoende zijn zij al aardig ingeburgerd in het Cochabambaanse leven en ik heb me dan ook goed vermaakt op de vele feestjes die daar werden gegeven. Met name de BBQ in hun tuin, waar spontaan DJ´s, jongleurs en acrobaten werden geboren was uitermate leuk.


Ook zou ik mede USAC-er Sander treffen in Cochabamba, die het continent van zuid naar noord doorkruist. Na enkele dagen van Cochabambaans feestgeweld ben ik samen met hem afgereisd naar Uyuni om vanaf daar de beroemde zoutvlakten en woestijnen te doorkruisen. Luttele dagen reizen in boliviaanse stijl later (treinkaartje kopen - nee het loket is dicht. Wanneer het open gaat? weet niet; volgende dag treinkaartje kopen, hele dag wachten tot de trein gaat, nee trein gaat niet ivm blokkades; nachtbus naar Uyuni - met -20 in een afgeladen bus met ijs op de ruiten proberen te slapen) kwamen we dan aan in Uyuni, waar we werden verwelkomd door een leger aan touroperators.



Dus sprongen we moe en koud maar meteen een jeep in om de verloren tijd goed te maken en luttele uren later stonden we al op de zoutvlakte. Wit. Zover je kunt kijken. En koud. Zelfs het ´hotel´ waar we sliepen is gemaakt van zoutblokken. De volgende dag tourden we langs meren in vele kleuren, heuvels en woestijnen. Dit is werkelijk een van de mooiste en desolaatste plekken op aarde. (Op de tientallen jeeps met toeristen na dan). Toch maakt een ontevreden gevoel zich van mij meester wanneer ik dit alles door een autoruit moet gadeslaan. Hoe geweldig zou het zijn om dit prachtige landschap te voet of te fiets te verkennen? Nu stopten we alleen om 10 minuten fotos te maken waarna we weer in de jeep werden geladen. Een enkele keer konden we wel een stukje wandelen als we wilden, zei onze chauffeur. Hij zou ons dan verderop weer oppikken. Dankbaar sprongen Sander en ik de auto uit om aan een lekkere wandeling te beginnen. Groots was dan ook onze verbazing toen 10 minuten later de jeep alweer naast ons stopte en we weer werden ingeladen. Niet echt ons idee van een wandeling.



De 3e en laatste dag begon met een urenlange vertraging door de zoveelste motorpech. Omdat wij een aansluitende bus op de grens met Chili moesten halen, betekende dit dat we vervolgens als een dolle door de woestijn moesten racen om op tijd te komen. Zodoende hebben we de prachtige woestijn die dag echt alleen door een autoruit kunnen zien.





Nu schrijf ik vanuit San Pedro de Atacama, in de Chileense Atacama woestijn, wat schijnbaar de droogste woestijn ter wereld is. San Pedro zou een oase moeten zijn, maar mij schijnt het een ubertoeristisch dorpje, met overeenkomstige sfeer en prijzen. De enige reden dat wij hier zijn is om een te touw te huren zodat we kunnen klimmen in een gebiedje hier ´in de buurt´ (100+ kilometer zuidelijker in de woestijn). Dat blijkt echter lastiger dan aanvankelijk gedacht. Onze campingbaas zou vandaag een touw voor ons regelen, maar in goede zuidamerikaanse stijl is daar nog niks van gekomen. Hopelijk morgen meer geluk.

Tijd doden in San Pedro is overigens geen onaangename aangelegenheid, hier in de zon, na een week van temperaturen rond de -15 op 4000 meter hoogte. Zo zitten we hier in de zon op de camping, een beetje te slacklinen en te lezen. Van vriend en fervent klimaatactivist Lewis heb ik een boek van James Lovelock gekregen, de man achter de Gaia theorie. Hoewel deze theorie zelf (de aarde en al haar levensvormen als zelfregulerend systeem dat streeft naar de meest optimale omstandigheden voor leven, gegeven de randvoorwaarden) zeer interessant en voor zijn tijd zeer vooruitstrevend is, heb ik toch een beetje moeite met de toon van het boek. Althans, na het lezen van de eerste twee hoofdstukken.

Lovelock schets een beeld van onontkomelijke rampspoed als een gevolg van klimaatverandering. Begrijp mij niet verkeerd, ik besef mij terdege dat klimaatverandering een serieus probleem is, van een omvang niet eerder gezien in de menselijke historie. Gezien de complexiteit en onzekerheden in klimaatwetenschap vind ik het echter nogal verwerpelijk om de meest desastreuze, hypothetische uitkomst als voldrongen feit te presenteren. Angst als middel om mensen te motiveren lijdt IMHO niet tot de beste resultaten, omdat irrationele sentimenten de beoordeling en besluitvorming vertroebelen. Angst voedt een oorlog tegen terreur, populisten als Geert Wilders en allerbelangrijkst: bewegingen ingezet door angst hebben angst nodig om hun momentum te behouden.
Ja, klimaatverandering is een serieus probleem en ja, we moeten actie ondernemen. Maar kunnen we de motivatie daarvoor alsjeblieft halen uit de wereld die we willen creeren in plaats van wegrennen voor doemscenarios?
Motivatiegoeroe Tony Robbins (ja, die tandpastaglimlach van de TelSell reclames) zei ooit dat je twee soort mensen hebt: mensen die de hun leven laten bepalen door wat ze niet willen, en mensen die nastreven wat ze willen. Het verschil lijkt subtiel, maar is substantieel. In het eerste geval loop je altijd achter de feiten aan. In het tweede geval kun je daadwerkelijk een koers bepalen. Maar daar is wel visie, initiatief en vastberadenheid voor nodig. Laten we hopen dat we daar straks in Kopenhagen wat van zien. Tot die tijd ga ik hier nog een beetje van de ongerepte natuur genieten, nu dat er nog is.

zondag 7 juni 2009

Welcome to the Jungle....

...we´ve got fun and games
om te beginnen, 120 km downhill mountainbiking over modderige rotsachtige weggetjes met een hoogteverschil van meer dan 4000 meter. Keihard knallen, en af en toe doodsangsten uitstaan. Maar wat vet zeg. En dat over twee dagen. Daarna 3 dagen in een bootje door en naar de jungle. Tot aan Rurrenabaque. Fun indeed.

Nu ben ik weer in La Paz, waar we vanmiddag gaan klimmen, als de locale klimscene zn kater heeft uigeslapen.